maandag 25 februari 2008

De lange munte, een geschiedenis appart.

Zoals je nu landerijen, weiden en boerderijen ziet wanneer je van hier uit naar Zwevegem en Bellegem tuurt, zo zag je tot begin jaren zeventig een soortgelijk landschap wanneer je jouw blik richting Kortrijk wendde. Van op de wijk Lange Munte kon je de gendarmerie, ’t Pirroen en de Sint-Rochuskerk zien.

Aanvankelijk waren de Sint-Denijseweg, de Maandagweg, de Beekstraat en de Morinnestraat hier de enige toegangswegen tot de Doorniksesteenweg en de Oudenaardsesteenweg,”

Met de aanleg van de autosnelweg E17, in de tweede helft van de jaren zestig, was onze buurtmet inbegrip van de Kulak – meteen van de stad afgesneden. De werken namen drie jaar in beslag. Over de E17 sloeg men twee bruggen, ter hoogte van de Sint-Denijseweg en de Maandagweg‘

Le long mont…’

In 1972 was wijlen Ivo-Joseph Lambrecht burgemeester van Kortrijk. Het stadsbestuur kocht systematisch alle gronden waar zich nu de Lange Munte, het Morinnegoed, het Tarweveld en het Roggeveld bevinden. Het eerste bouwproject van 62 koopwoningen, de zogenaamde ‘platte huizen’, situeerde zich op de Lange Munte in de Dirk Martenslaan, Louis Pasteurlaan, Leo Baekelandlaan en Baaistraat. Vervolgens verkocht de stad dit project aan de maatschappij ‘Goedkope Woning’, die aansluitend de huurwoningen of ‘hoge huizen’ liet optrekken. In een nieuwe fase moedigde de stad de private bouwondernemers aan om de resterende kavels met residentiĆ«le woningen in te vullen. Nog later openden langs het Lange Munteplein het winkelcentrum en de Sint-Pauluskerk. Het was tevens de periode van de sportcampus Lange Munte, de enorme groei van de Kulak en de Katho, en de komst van het MPI Buso. Nog later kwam de nieuwe stedelijke begraafplaats. Nu is er nog wat discussie over het crematorium. Zo zie je maar: vroeger was er hier niets, nu is bijna alles volgebouwd.”

Elke maandag kwamen de boeren van Sint-Denijs, Kooigem, Zwevegem, Heestert, Moen, Bellegem en Rollegem via de Sint-Denijseweg, Maandagweg, Beekstraat en Morinnestraat met hun dieren naar de koeienmarkt. De terugweg had iets van een lange berg. De stadsbewoners spraken graag een mondje Frans en zeiden tot de boeren dat zij moesten terugkeren “via le long mont”. Omdat de boeren geen Frans konden, vervormden zij dit gezegde tot ‘de lange munte’. Dit kwam aan de oren van een of andere slimme, die aan de Oudenaardsesteenweg een gelijknamig estaminet opende. De boeren, die ‘s avonds met hun zakken vol geld huiswaarts keerden, konden er koffie en druppels drinken.”

tekst overgenomen uit het intervieuw van luc meert door Filip Lecluyse.
het volledige intervieuw is hier te vinden